Overbrengingsverhouding, afrolomtrek en voorloop

Bij tractoren met vierwielaandrijving bestaat een nauwe relatie tussen de afmetingen van de voor- en achterbanden.
Overbrengingsverhouding, afrolomtrek en voorloop

Om optimaal gebruik te kunnen maken van vierwielaandrijving moet de afrolomtrek van de voorbanden kleiner zijn dan die van de achterbanden, de zogenaamde voorloop. Bij een tractor wordt meestal vermeld welke banden standaard gemonteerd worden. Vaak zijn meerdere maten mogelijk bij een bepaald type tractor, binnen de grenzen van een correcte voorloop. De waarde van de voorloop ligt bij een optimale toepassing van vierwielaandrijving van de tractor tussen de +1% en +5% (afrolomtrek voorbanden > afrolomtrek achterbanden). De toegestane waarden van voorloop liggen tussen 0% en +6%. Een voorloop kleiner dan 0% en groter dan +6% kan de rijprestatie en het stuurgedrag (vooral in bochten) van de tractor nadelig beïnvloeden en een (te) hoge slijtage van de voor- en achterbanden en een vroegtijdige slijtage van de transmissie veroorzaken.

De verhouding tussen het aantal omwentelingen van de voor- en de achteras is bij een mechanische vierwielaandrijving een vaststaand gegeven (deze wordt bepaald door de tandwielen van de versnellingsbak). Deze verhouding is de overbrengingsverhouding en ligt, afhankelijk van het merk en type tractor, meestal tussen de 1,20 en 1,50.

De exacte mechanische overbrengingsverhouding is in de handleiding/gebruiksaanwijzing van elke tractor ver¬meld. De afrolomtrek van de banden van onze import merken zijn terug te vinden in dit handboek.

Wanneer u de afrolomtrek van de voor- en achterbanden en de overbrengingsverhouding van de tractor weet, kunt u met de volgende formule de voorloop berekenen:

  afrolomtrek voorband *    
  overbrengingsverhouding    

%voorloop=

----------------------------------- -1

*100%

  afrolomtrek achterband    

 

(Voorloop % = afrolomtrek x overbrengingsverhouding : afrolomtrek = -1 x 100%)