Opbouw van een radiaalband

Loopvlak van een band, de wang, koordlagen, karkas, hiel. Allemaal veelvoorkomende termen als het gaat om banden. Maar wat houden deze termen nou precies in? En hoe is een radiaalband die wordt gebruikt in de landbouw eigenlijk opgebouwd? Onze landbouwexperts vertellen het u graag!

Radiaal karkas

Landbouwbanden hebben veel te verduren. Daarom moet het radiale karkas, zeker bij landbouwbanden, flexibel, stabiel en sterk zijn. Daarom worden meerdere koordlagen van rayon, nylon, polyester of staal, haaks op de rijrichting aangebracht. Van hiel tot hiel lopen de radiaalkabels evenwijdig en onder een hoek van 90 graden.

De sterkte van het karkas is afhankelijk van:

  • Het aantal koorden

  • De kwaliteit (treksterkte en elasticiteit van het koordmateriaal)

  • Het aantal koordlagen

De sterkte van het karkas bepaalt de maximale bandenspanning. De bandenspanning en het luchtvolume bepalen op hun beurt de maximaal toelaatbare belasting (het draagvermogen) op de band. Omdat het volume bij landbouwbanden bij elke situatie sterk varieert, ontstaan er verschillen in het draagvermogen en toelaatbare snelheid van deze banden.

Gordel en koordlagen

Op het karkas wordt een gordel aangebracht die bestaat uit twee of een veelvoud hiervan, diagonaal lopende koordlagen. De gordel vormt één geheel met het loopvlak, waardoor deze tijdens het rijden niet in lengte verandert. De gordel dient ervoor om samen met het loopvlak een stijf, stabiel geheel te vormen.

Loopvlak met profiel

Het meest besproken deel van de band dat met de bodem of het wegdek in contact komt. Het loopvlak wordt gevormd door de bovenkant van de nokken. Op het loopvlak zit het profiel van de band. Een zeer breed en diep profiel zorgt voor het overbrengen van de trekkracht. Het profiel wordt bepaald door de nokvorm, plaatsing, hoogte en breedte. Het loopvlakrubber moet goed bestand zijn tegen scheurvorming, buiging, vervorming en slijtage.

Schouders

De schouders vormen de overgang tussen het loopvlak en de wangen. De nokvorm op de plaats van de schouders is met name bepalend voor de grip.

De nokvorm bestaat uit:

Het aantal nokken

  • De afstand tussen de nokken

  • De vorm van de nokken

  • De stand van de nokken

Wangen

De wangen geven een verend vermogen, oftewel flexibiliteit aan het karkas. Hierdoor kan de radiaalband vervormen en schokken dempen. De wangen moeten goed bestand zijn tegen weersinvloeden, trillingen en beweging. Het rubber van de wangen is opgebouwd uit een elastisch rubbermengsel. Dit rubber beschermt het karkas. De bandaanduidingen staan ook op de wang van de band.

Hielen

De hielen zorgen voor een verbinding tussen band en velg. Hiermee wordt het slippen op de velg voorkomen. Aan de buitenkant van de hiel is een ‘breaker’ aangebracht die als bescherming dienst doet. Dit voorkomt tevens het indringen van zand en vuil. Door de relatief grote diameter en de lage velgrand mag men de landbouwband bij montage maar tot een beperkte druk oppompen. Oftewel de montagedruk. Bij het overschrijden van deze druk kan de hiel over de velgrand worden gedrukt, wat zeer gevaarlijk is.

Tubelesslaag

Bij banden met binnenbanden (tube-type) is een dunne, niet luchtdichte laag van rubber tegen de binnenzijde van het karkas aangebracht. Deze voorkomt beschadiging van het karkas en de binnenband door de koordlagen. Tubeless banden (zonder binnenband) zijn voorzien van een luchtdichte rubberlaag aan de binnenzijde van het karkas, ook wel innerliner of tubelesslaag.

Tubelesslaag